Na het ontbijt, dat om 7:15
uur nog volop in aanbouw is, verlaten we de Kwalape lodge. Alle grieven zijn
keurig ingevuld op het feedbackpapier. We zijn inmiddels zo dol op formulieren
dat we met liefde alle lege ruimte tussen de aanvinkhokjes (poor!) vol pennen.
We gaan op weg naar Gweta,
een dorp in het zoutpannengebied Magkadikgadi, een van de grootste zoutpannen
ter wereld. We moeten 400 km naar het zuiden rijden, gelukkig over
geasfalteerde weg. Bij de grensovergang naar Zimbabwe zien we dat de file aan
vrachtauto’s nog veel langer is geworden. Onvoorstelbaar dat je hier dagen of
zelfs weken moet staan om de rivier over te kunnen steken.
De weg naar Gweta is lang,
recht en saai. Ondanks dat de weg geasfalteerd is, moeten we op sommige stukken
slalommen tussen gaten van soms wel 30 cm diep.
In vergelijking met Namibië
is hier maar weinig te zien. Botswana is vlak en we zien enkel bomen of soms
een strook landbouwgebied. We komen slechts een dorp tegen onderweg,
Pandamatenga, maar meer dan een benzinepomp is dat ook niet.
In the middle of nowhere is
er ineens weer een ontsmettingssluis tegen veeziekten. Auto uit, schoenen
ontsmetten en nu ook de schoenen uit onze koffer. De mensen die in een
kampeerauto rijden, hebben echte pech. Alles wat ze aan vers eten bij zich
hebben, moet worden ingeleverd. Tegen heug en meug worden de meloenen en
komkommers nog gauw even opgegeten voor ze verder gaan.
Na 300 km komen we bij Nata,
een wat grotere nederzetting aan een droge rivierbedding.
Bij een klein
supermarktje bij de benzinepomp kopen we broodjes. Jam en kaas zijn niet te
vinden, pindakaas en iets rozigs (maar dan ook echt roze, vergelijkbaar met
kokosbrood) wat volgens de verpakking worst is, wel.
Mooie supermarkt trouwens. Er staan acht stellingen. Eén ervan is volledig gevuld met diverse soorten wc-papier - per rol verpakt. Stelling twee bevat alleen ratten- en muizengif en insectenbestrijdingsspuitbussen. De andere zes bevatten etenswaren.
We eten buiten aan een picknicktafel. Honden hangen schooiend rond de tafel, maar als een bedelaar wel heel opdringerig over de tafel komt hangen, wordt Henk echt link: “Fuck off.” De man verplaatst zijn terrein naar een vertrekkende auto, waar hij met zijn neus tegen de ruit de dames achterin schrik aanjaagt.
Mooie supermarkt trouwens. Er staan acht stellingen. Eén ervan is volledig gevuld met diverse soorten wc-papier - per rol verpakt. Stelling twee bevat alleen ratten- en muizengif en insectenbestrijdingsspuitbussen. De andere zes bevatten etenswaren.
We eten buiten aan een picknicktafel. Honden hangen schooiend rond de tafel, maar als een bedelaar wel heel opdringerig over de tafel komt hangen, wordt Henk echt link: “Fuck off.” De man verplaatst zijn terrein naar een vertrekkende auto, waar hij met zijn neus tegen de ruit de dames achterin schrik aanjaagt.
Zo’n 100 km verderop
verwijst een groot betonnen aardvarken aan de kant van de weg ons naar Planet
Baobab, onze lodge voor de komende twee nachten. De lodge ligt in een bos
waarin een aantal zeer omvangrijke baobapbomen staan.
Het interieur van ons huisje
heeft ook een hoog Flinstone-gehalte. Aan de muur is een grove kast gemetseld,
met serviesgoed.
Aan weerszijden van de hut zijn twee eenpersoonsbedden die wat weg hebben van een bedstee: ze zijn kort, hoog en omhuld met een klamboe. De bedbodem en uiteinden zijn van geschilderd beton. Als we proberen of we er wel tussen passen (nee!), blijkt dat de matrassen hun beste tijd hebben gehad. Sterker nog, in het midden van de matras zit geen vulling!
Aan weerszijden van de hut zijn twee eenpersoonsbedden die wat weg hebben van een bedstee: ze zijn kort, hoog en omhuld met een klamboe. De bedbodem en uiteinden zijn van geschilderd beton. Als we proberen of we er wel tussen passen (nee!), blijkt dat de matrassen hun beste tijd hebben gehad. Sterker nog, in het midden van de matras zit geen vulling!
Na ons verzoekje bij de
receptie krijgen we er twee matrassen bij, ook met kuil. De kuil wordt dus nog dieper,
maar het beton voelen we in elk geval niet meer.
’s Middags nestelen we ons heerlijk met boek en bier op die mooie geknutselde ligbedden onder het afdakje. Het is
meer dan 30 graden, maar het zwembad is zo koud dat we hier alleen onze teen in
steken. Alleen de echte diehards, kinderen tot een jaar of 10, wagen zich in
deze ijsbak.
Onze dinerafspraak van 19
uur vindt na enig aandringen plaats om 20:15. Het is erg druk in het kamp en de
dames van de keuken kunnen het blijkbaar amper aan. Dit past overigens wel erg
bij het Botswana wat we tot nu toe hebben gezien. De communicatie in de lodges
is minimaal, je moet het zelf allemaal uitvinden. Van dat wat op de menukaarten
staat, is meer dan de helft niet verkrijgbaar en aan afgesproken tijden houdt
men zich niet.
Tijdens het eten (mwah)
bespreken we wat we morgen gaan doen. Het zoutpannengebied is in de natte
periode het mooist, dat is van januari tot april. In deze periode is het er erg
zoutpannerig en valt er weinig meer te zien dan meerkatten. We hebben geen idee
hoe die eruit zien, maar voelen er ook niet veel voor om er een halve of hele
dag voor uit te trekken om dat met een guide te gaan ontdekken. Optie twee is
een quadtour door de zoutpannen, maar gezien het feit dat alle zeven (!) quads
al gereserveerd zijn, valt deze ook af. Optie drie is een nachtje slapen in de
zoutpannen. Een van de gasten wil dit erg graag, maar zijn puberdochter ziet
het niet zo zitten. “Wil jij echt 4 uur heen en 4 uur terugrijden over een
vreselijk slechte weg om daar naar dezelfde sterren te kijken die je hier ook
ziet?” Tegen deze logica kunnen wij ook niet op. Optie drie vervalt daarmee.
Optie vier is een village
tour naar Gweta, maar deze blijkt evenmin mogelijk omdat er geen gids is.
Bij de receptie vragen we
nog even door. Is er dan echt niets mogelijk hier? Met onze puppyblik krijgen
we alsnog een beperkte village tour los. Beperkt, want we kunnen alleen de
primary school bezoeken. Laat dit nu net datgene zijn wat wij willen zien!
Wel vreemd trouwens, om hier
te zijn in de winter (onze zomer). Als reisorganisator zou je je kunnen
afvragen of de zoutpannen, die we ook al in Etosha hadden gezien, wel onderdeel
van deze reis moesten zijn. Immers, in augustus is in deze zoutpannen niets te
zien buiten die meerkatten (en wij vinden één kat al veel). Het echte leven
begint hier pas in de regentijd. Reden te meer om de volgende keer zelf een
reis uit te stippelen en te regelen, of ons in elk geval veel beter in te lezen.








Geen opmerkingen:
Een reactie posten