vrijdag 14 augustus 2015

Dag 21: Naar de Okavango delta

Mijn nacht in het bed met kleine kuil is beter dan de vorige. Henk staat redelijk monter op. Hij had de perfecte houding in de kuil gevonden: opgevouwen als een foetus.
Als we om 7 uur in de ontbijtruimte komen, is er buiten de schattige emaillen pannen nog niets. Geen jus, geen koffie, geen bestek. Maar, wij zijn inmiddels gewend om te vragen, dus alles komt eraan – zij het in gematigd tempo. Omdat het vrijdag is, mogen we geen eieren ;) Komt dat even goed uit, want ‘we’re out of eggs, so you can get sausages or bacon for breakfast if you want so’. Hilariteit onder de gasten, want iedereen is nu verplicht om muesli of toast zonder beleg te eten! 

Dat er bij Planet Baobab meer mis gaat, bewijst de rekening. We betalen eten en wijn voor maar één dag, want dag twee staat er niet op. Geen probleem en we voelen ons ook helemaal niet geroepen om daar iets over te zeggen. De kleddergroentemaaltijd van de eerste dag is dus gratis. En terecht.

We rijden vandaag naar Maun, een plaats aan het begin van de Okavangodelta. Een rit van 250 km over asfalt, dus dat gaat vlot. De gaten die hier blijkbaar ook waren, zijn opgevuld met asfalt met als resultaat een weg als een lappendeken van alle kleuren grijs. De omgeving is vooral saai: geen wild, enkel bomen en struiken en vlak. Het enige spannende zijn de overstekende koeien en geiten, en de mannen langs de weg die met bijlen in het gras staan te hakken. We hebben geen idee wat ze doen, maar ’t is vast heel nuttig.

Zo’n 100 km voor Maun geven zien we twee struisvogels. Wat een idiote beesten zijn dat toch. Hun maffe dansende tred, waarbij alles fladdert en klappert als waren het wolbalen op pootjes, is bijzonder lachwekkend. Een van de twee komt dreigend op de auto aflopen, alsof hij ons wel even van de weg af zal duwen. Stom beest! De struisvogels zijn de voorbode voor de verandering in het landschap: we komen in een steppegebied en zien zebra’s en een stel giraffen.

Voor Maun is er ineens een politiecontrole. We moeten ons rijbewijs laten zien. Goed dat Henk op de laatste dag voor de vakantie besloot om toch een internationaal rijbewijs bij de ANWB te halen (dikke tip). In Zuid-Afrika hadden we die ook, maar toen vroeg niemand er naar.


Maun is op de kaart een gele vlek in plaats van de gebruikelijke stipjes, een behoorlijke plaats dus. Maar ook in zo’n grotere stad lopen de ezels, koeien en mensen gewoon door elkaar. In Maun zijn veel toeristen. Het is de toegangsplaats tot de Okavangodelta en het barst in de omgeving van de campings en lodges. 

 
We rijden naar het centrum voor de dagelijkse dosis yoghurt, broodjes en wijn. Maar het centrum van Maun is geen plek om gezellig te gaan shoppen, daar zijn de winkels niet naar. Wel gaan we de markt over, waar de vrouwen voor de verandering onder de kraam zitten in plaats van erachter.


Onze lodge voor de komende twee nachten, Thamalakani, ligt zo’n 20 km buiten Maun. Bij de receptie is weer de gebruikelijke verbazing c.q. onwetendheid over onze vouchers. Een bootsafari morgen? Daar weten wij niets van. Na een beetje aandringen wordt de organisatie van de excursie gebeld, zodat ik zelf kan vragen of, waar en wanneer ze ons morgen komen halen.
Hoogst verbaasd zijn we over de regels die we bij deze lodge moeten ondertekenen: ‘no food allowed in the rooms to avoid squirrels’ en ‘there are no self bought alcoholic beverages allowed’.

Omdat onze kamer nog niet klaar is (‘It’ll take 15 minutes, we’ll pick you up from the restaurant’), wachten we op het terras dat prachtig uitkijkt over de rivier. Na een half uur is er nog niemand geweest die ons komt halen en dus lopen we maar weer eens naar de receptie. “Almost finished.” Als na opnieuw een kwartier de schoonmaak nog niet klaar is (“The door is extremely dirty, they’re not ready yet”) pakken we de sleutel en gaan naar ons huisje. We openen de keurig schone schuifpui, smeren brood en tappen ons eerste glas wijn uit de doos van drie liter. Bam.


Het huisje ligt pal aan de rivier en ziet er goed uit. De muren zijn van gestapelde rotsblokken, daar moet je met een slaapdronken hoofd niet tegenaan knallen. Het bed is kuilloos, er is een douche, koffiezetter, muggenspuitbus en een terras met een rieten bankje. Dikke prima.
Met de wijn en Karen Slaughter (wat een zieke geest heeft die vrouw toch, om zulke enge boeken te verzinnen) posteren we ons op het terras.


Rond zonsondergang begint er een oorverdovende herrie van kikkers en vogels die tot ’s avonds laat aanhoudt. Het lijkt alsof de beesten allemaal tegelijk reageren op een seintje: nu mag het. Het geklepper en gebulk (wij horen mantra’s en ook bepaalde mensen in deze geluiden) en de prachtige zonsondergang die zowel de lucht als de rivier roze en paars kleurt, we kunnen alleen maar genieten!




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen