donderdag 6 augustus 2015

Dag 13: Voorbij de cattle fence in een andere wereld

Om 6 uur gaat de wekker. Vandaag een afstand van 415 km naar het noorden, Rundu. We ontbijten, pakken in en vertrekken op tijd, want het is een lang stuk. Het grootste deel is trouwens over asfalt, dus dat moet stukken sneller gaan dan de ritjes van de afgelopen week.

Onze eerste stop is in Grootfontein, waar we onze lunch inslaan voor onderweg: yoghurt en Bienenstich - jawel, lekker Duits. Gekocht bij de plaatselijke Spar, waar alles in het Engels en Duits staat aangegeven. De Spar vormt het centrum van het dorp en het is er druk. Tegenover de Spar staan een heleboel simpele kraampjes van locals die eten koken voor de reizigers die Grootfontein als stopplaats gebruiken.


Verderop passeren  we de cattle fence, een hek tussen het zuiden en noorden van Namibië. Vee en vleesproducten mogen vanuit het noorden deze grens niet passeren om ziekten als mond-en-klauwzeer en runderpest te voorkomen.

De cattle fence is niet alleen een vleesgrens. Het is tevens de grens tussen het ‘rijke’ zuiden en het arme noorden van Namibië. Met het passeren van de grens komen we ineens in een volkomen andere wereld. Een wereld van communities van kleine hutjes, gemaakt van brokken klei en takken en daken van stro, omheind door een hek van rechtop in de grond geplaatste takken. Koeien en geiten lopen langs en over de weg, ezels trekken karren met vracht voort, kinderen spelen aan de drukke doorgaande weg, mannen snijden stro en vrouwen lopen van en naar de waterplaats met een emmer op het hoofd en een baby op de rug. Opvallend is hoe ‘dicht’ het hier bevolkt is in vergelijking met het zuiden van het land. Tot aan de plaats Rundu staan er onafgebroken huisjes langs de weg, al dan niet in groepjes. Om de 10 km komen we een school tegen en regelmatig zien we een bord naar een clinic.


Bij een uitstalling van potten en houtsnijwerk stoppen we. De verkoper vertelt hoe slecht het gaat: al drie jaar is er geen regen gevallen en werk is er niet. Om geld te verdienen is hij potten gaan maken, maar de verkoop is beroerd. We vragen hem of we zijn huis mogen bekijken. Hij woont met zijn zwangere vrouw en kind van 2 in een stenen huis (gekocht in ruil voor een koe) met een raam en een deur. Rondom het huis is alleen zand. Binnen staat een tafel met drie kuipstoeltjes, een kast met serviesgoed en een radio. Er is geen elektriciteit, de lamp en radio werken een uur per dag op een zonnecel. 
De helft van het huis is bedoeld om te slapen. Een ouderslaapkamer met een matras op poten, afgescheiden van de kinderslaapkamer door een gordijn. Het bed van het kind bestaat uit een stuk schuimrubber op de grond met een laken. Kleding is opgeborgen in big shoppers die in de hoek van de kamer staan.



De keuken bevindt zich in een rietgedekt hutje. Keukenspullen hangen aan de muur en midden in de hut is een vuurplaats. Er is geen stromend water, daarvoor moeten ze 5 km verderop hun jerrycans vullen. Rondom de hut lopen kippen tussen het afval.

In Rundu, een grotere plaats met regionale functie, gaan de hutjes over in golfplaten huisjes. Het lijkt wel alsof er voor elk gezin een pakketje van vijf glimmende golfplaten beschikbaar is gesteld, want elk huis ziet er hetzelfde uit. Op de vijfde plaat, het dak, liggen stenen om wegwaaien te voorkomen.
Net als in andere grotere plaatsen (groot is betrekkelijk, groot betekent in deze dat de plaats een benzinepomp heeft en daarmee een vermelding op de landkaart) is ook hier de benzinepomp het hart van het dorp. Hier gebeurt het. Het is een komen en gaan van - uiteraard - auto’s, maar ook van mensen die er groente, fruit en andere dingen verkopen en kopen.



Zo’n 20 km voorbij Rundu, diep in het binnenland over zandpaden en gravelwegen, is onze overnachtingsplek aan de Okavango rivier: Nkwazi River Lodge. De Okavango vormt de natuurlijke grens met Angola. Ons huisje ligt aan het water en we horen en zien aan de overkant Angolese families die zichzelf wassen en er de was doen.



’s Avonds eten we in het restaurant van de lodge. Middenin het restaurant is een open haardvuur, waaromheen de pannen met eten staan. Kuduvlees, groente, rijst, aardappelen en een applepie als toetje. Heerlijk gegeten.




De eigenaar van de lodge maakt zich sterk voor de community en regelt van alles om hen geld te laten verdienen. Zo ook de zang- en dansvoorstelling door meisjes en vrouwen die na het eten te zien is.





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen