maandag 3 augustus 2015

Dag 10: Naar Etosha National Park

Na het ontbijt pakken we in voor de rit naar Etosha (Andersson Gate). Onze auto is van binnen en buiten gewassen en gepoetst door een van de werknemers van Rustig Toko Lodge. We vragen de eigenaar van de lodge wat een redelijke prijs is voor het poetsen van de auto. “Oh, just what you want. It can be 10 dollars, maybe 20 or even 50. It’s all up to you.” Vervelend antwoord, wat moet je hier nou mee? Het komt erg onaardig over, alsof zijn werknemers niets waard zijn. Dan was de dame in het winkeltje in Swakopmund in elk geval duidelijk, toen ik vroeg wat een normale prijs was voor mannetjes die op je auto passen: 1 of 2 dollar voor een korte periode overdag, 10 dollar als je ’s avonds ergens gaat eten.
In een schone auto gaan we op pad. Schoon is in Namibië maar voor even, want al gauw zitten we weer op de gravelwegen en waait het stof ons om de oren!

We zijn al om 11:45 uur bij de Andersson Gate van Ethosha National Park. We krijgen nadat onze paspoorten gescand een permit voor twee dagen. Dan rijden we naar de eerste waterplek vlakbij de gate. Wat we daar zien, beneemt ons de adem: de hele dierentuin heeft zich hier verzameld! Kudu’s, springbokken, olifanten, zebra’s, struisvogels, oryxen en wrattenzwijnen, ze staan allemaal gebroederlijk bij elkaar water te drinken terwijl de jakhalzen wat schichtig tussen de beesten door drentelen. Wat een fantastisch gezicht! Het blijft een komen en gaan van dieren. De familie olifant vertrekt, het gezin kudu komt eraan, gevolgd door een hele schoolklas vol met springbokjes.



We rijden door naar de Okaukuejo Lodge, een van de drie lodges aan de onderrand van Etosha. We melden ons in de rij bij de receptie en moeten dan, net als bij alle andere lodges weer ‘het grote boek’ invullen: naam, adres, nationaliteit, paspoort, kentekenplaat, hoeveel nachten, waar ga je nog meer naar toe enz. Blijkbaar zijn Namibiërs erg gesteld op schriftelijk vastgelegde wetenswaardigheden. Grappig is dat ze nooit controleren of je het wel goed hebt ingevuld, dus onze auto heeft niet altijd hetzelfde nummerbord gehad.
Na het betalen van de borg van 500 Namibische dollars (borg? Dat is voor het eerst!) gaan we kijken waar onze kamer is. Dat is even schrikken … Onze kamer bevindt zich in een soort barak van vijf kamers naast elkaar. Er staan zes barakken evenwijdig aan elkaar, met een tussenruimte van een paar meter. Onze barak grenst aan de camping. Het mooie fotootje in de reisbeschrijving, van het huisje dat over de waterplek uitkijkt, is niet de foto die bij onze kamer hoort.
Omdat de Okaukuejo Lodge de enige in de wijde omgeving is, is er geen keus voor waar je wilt eten. Je eet hier of je eet niks. Dat is wat weinig, dus we lopen het restaurant binnen voor een broodje. Geen idee hoe het hier geregeld is, niemand die het komt vertellen. Als we voor het buffet staan, worden we ontdekt: eerst aanmelden en alle gegevens in het boek schrijven. Gelukkig hoeven ze hier onze nummerplaat niet te weten!

Na de lunch gaan we terug naar de receptie om in de rij te staan voor de sleutel (we mochten niet voor 14 uur in de kamer). Van een Nederlands stel dat ook mee was tijdens de living desert tour, horen we dat we de permit voor Etosha ook nog moeten betalen. Top, opnieuw in de rij.
De kamer blijkt van binnen reuze mee te vallen: goed bed, prima douche, koelkastje, koffie, alles is er. ’t Is alleen erg klein en we verbazen ons over het hoge Center Parcs gehalte: check de inventaris van de kamer en meld het als het niet compleet is. Daar was die borg dus voor? Het uitzicht vanuit de kamer is wat anders dan we gewend waren … we kijken uit op de camping. Wel gaaf om al die verschillende kampeerauto’s en bussen te zien, maar sommige campinggasten zijn wel erg luidruchtig.
Dikke tip: als je in het Okaukuejo kamp bent, neem dan geen kamer in het rijtje van 65 – 71. Scheelt een boel lawaai.

We pakken de spullen uit en gaan het park in om beesten te spotten. We hebben een paar uur, want om stipt 17:38 uur gaat de poort dicht en kom je niet meer in het kamp. Doel hiervan is om de wilde dieren buiten te houden. (Overigens rennen de jakhalzen vrolijk door het kamp.)
We rijden eerst naar een uitzichtpunt over de Etosha Pan. Dit is een zoutvlakte van zo’n 100 bij 40 km die alleen in de regentijd gevuld is met water. Omdat dit water zout is, kunnen dieren het niet drinken. Het is een oneindige vlakte en als je het niet zou weten, zou je denken dat het een zee is, compleet met zandstrand.
Dan rijden we naar een aantal waterplekken. De spierwitte kalksteenwegen zijn vaak verschrikkelijk slecht. Stenen knallen ons om de oren en we kunnen niet harder tussen de kuilen en bulten slingeren dan zo’n 25 km per uur terwijl we een dikke stofwolk achterlaten.

Dieren spotten in Etosha is niet zo moeilijk. Massa’s springbokken die soms als stuiterballetjes over de vlakte springen, grote groepen zebra’s, kudu’s, oryxen, we zien ze overal. Olifanten en giraffen zie je iets minder, maar toch komen we die ook regelmatig tegen. Gaaf om te zien hoe olifanten hun sporen door het park trekken: ze duwen de bomen om en houden zo de vegetatie op peil. Natuurlijk herken je ook hun typische mest, die in grote hoeveelheden te vinden is.

Bij een van de waterpunten zien we hoe een giraf moeite moet doen om te drinken: goed rondkijken of er niemand is, nog een keer kijken (‘Oké, die ene domme struisvogel maakt mij niks’), dan nog een goed kijken, poten uit elkaar, weer een keer kijken, poten verder uit elkaar, kijken, drinken en ten slotte met een sierlijk sprongetje weer hoog op de poten.



Terwijl we staan te kijken, zie ik ineens een neushoorn onder een bosje staan. Het beest staat doodstil maar is onmiskenbaar een neushoorn. Big Five completed! Helaas is het beest niet van plan om verder te komen dan het bosje, dus we moeten het doen met het ver weg beeld.



Onderweg naar de volgende drinkplaats, zien we nog een vos. 
Tijd om terug te gaan naar het kamp om voor sunset binnen te zijn. Vlak bij de ingang staan een paar auto’s, teken dat er iets te zien is. Inderdaad, twee overstekende olifanten. Beide olifanten blijven even midden op de weg staan voor ze verder sjokken. Een imposant gezicht, alsof het beest wil laten zien dat ook als je in een auto zit, er niet met hem te spotten valt.


We eten in het restaurant van de Okaukuejo Lodge, formaat vreetschuur, kwaliteit schoolkamp. Natuurlijk vullen we eerst een formulier in. De salades van de lunch staan er weer (of nog?). Er is een grill om vlees te bakken en verder staan er vier kantinebakken met stukken wortels, rijst, aardappelen en een vage saus met botten en uien erin. Gezien de grote hoeveelheid flesjes smaakmakers zijn de koks zelf ook niet zo overtuigd van hun kookkunst, anders zouden die immers niet nodig zijn. Het flesje wijn maakt veel goed.
Naast ons zit de Engelsman die we in de Sossusvlei Lodge hebben ontmoet (‘I’m not alone, I’m with my friend the camera’). Hij vertelt enthousiast over de parade aan dieren die vanmiddag langs de waterplek op het terrein van de lodge trok. Mooi plan voor morgen.

Als we teruglopen naar onze kamer, worden we ingehaald door de serveerster: we hebben niet betaald. Tja, dat wisten we niet. We hadden toch het formulier ingevuld, dan weten ze toch op welk kamernummer de rekening gezet kan worden? Maar nee, zo werkt dat niet in Okaukuejo. Toch de administratie nog niet helemaal op orde?



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen